Franse krantenwinkels hebben
doorgaans een stevige tijdschriftenafdeling. Ik neus er af en toe
in de rekken en kijk dan of er iets tussen zit over Tempeliers,
ridderorden of kruistochten. De kruistochten zijn een populair
thema in tijdschriften voor een breed publiek, maar niets
kan tornen aan een thema als 'Tempeliers' . Elke keer prijs. In
tijden van crisis kan dit de verkoop boosten. Dit keer zaten er
maar liefst drie tijdschriften in de rekken met
'Tempel-inhoud'. Ik heb er de mooiste uitgevist, nl. Géo Histoire.
Het nummer Avil-Mai-Juin 2009 gaat bijna integraal over die
religieus-militairen die nog steeds tot de verbeelding spreken. Wie
de tijdschriften van Géo kent, weet waar die voor staan. Grote
foto's, gedrukt op kwaliteitspapier en een glossy cover. Waar Géo
zich 'beperkt' tot reisreportages, vist Géo Histoire er telkens een
ander historisch thema uit. Tempeliers dus. De cover is glossy en
toont een foto van Italiaanse neo's in een Tempelierskapel. "Ces
lointains descendants des chevaliers du Temple (...)" lees ik
erover op pagina 17. Welke afstammelingen? Soit,
daarna volgen foto's van Tempeliersnederzettingen. Helaas begint de
reeks met Marqab (of Margat), een burcht van de Johannieters of
Hospitaalridders. De makers vertellen er wel netjes bij dat het
geen Tempelburcht was, maar ik had toch liever een echte
Tempelbucht gezien. Marqab ligt tussen Tortosa en Safita, twee
bolwerken van de Tempeliers. Een gemiste kans. Wat daarna
volgt is niet mis, knappe foto's van Montsaunes (F), Peniscola (ES)
en de onvermijdelijke Temple Church in Londen (UK).
Op pagina's 26-30 schrijft Alain Demurger over het netwerk van de
Tempeliers in Europa en het Midden-Oosten. Degelijk. De kaart die
erbij zit is mooi maar bevat slordigheden. Zo staat Marqab hier wel
in als Tempeliersburcht en ontbreekt bijvoorbeeld 'Atlit
(Château-Pèlerin) in het huidige Israel. Het bijschrift stelt dat
de Tempeliers op het toppunt van hun macht twee- tot drieduizend
commanderijen hadden, wat niet klopt. Ik kan me niet inbeelden dat
Demurger de kaart gemaakt heeft. In Duitsland ontbreekt
bijvoorbeeld Süpplingenburg (niet zover van Magdeburg). Dat zijn
dingen die Demurger wel weet.
Het artikel van Georges Tate over het transport per schip van
Tempeliers en kruisvaarders is zonder meer goed. Daarna volgt een
mooie reportage over St.-Jean d Acre of Akko. Dit is een van de
sterkhouders van het tijdschrift. Dan volgen nog artikels over
ridderorden in het algemeen, over het concept 'Heilige Oorlog'
en over de architectuur van de Tempeliers. Mooi mooi.
Jascues Maigne vertelt in twaalf pagina's het verhaal van
de Larzac, die regio in de Franse Aveyron vol
Tempeliersdorpjes. Hij sprak er met bewoners, met activisten die
enkele decennia terug het gebied uit handen van het Franse leger
wisten te houden. Een van de huidige bewoners is José Bové, die
schrik van de McDonald's. Wie kent hem nog? Die kleine landbouwer
met Asterixsnor. De sfeerfoto's werden genomen in januari
(geen toeristen). Ze zijn prachtig.
Na enkele pagina's met foto's krijgen we een artikel van Barbara
Frale over het slothoofdstuk van de Tempelgeschiedenis. Kort maar
goed. Vervolgens een reportage over de Tempeliersrelicten in
Portugal. Mooi, al ontbreekt Soure op het kaartje. Soure was de
oudste vestiging van de Tempeliers in Portugal (en op het Iberisch
Schiereiland). Het kasteel huisvest vandaag de toeristische dienst
van Soure. De auteur heeft het ook uitgebreid over de Orde van
Christus als opvolger van de Tempeliers en insinueert dat
Tempeliers uit de rest van Europa een toevlucht zochten in Portugal
na de arrestaties. Dat is flauwe kul, de Portugese Tempeliers
werden gepluimd door hun koning nog vóór Filips de Schone zijn
arrestatiebevelen had gepost. De Portugese koning stichtte de Orde
van Christus om het voormalig patrimonium van de Tempeliers te
kunnen beheren, niet als vluchthuis voor ontheemde
Tempelridders.
De reportage over de Tempeliers-graffiti in Domme en elders in
Frankrijk is mooi en ik leerde een en ander bij over de figuren in
de ronde stadstoren van het stadje.
De literatuuropgave die volgt toont meteen de zwakke Franse plek
aan. Op Barbara Frale na, zijn alle werken van Fransen. Demurger is
goed, maar Frizot en Huchet zijn geen hoogvliegers. Verre van. En
het werkje van Régine Pernoud is gedateerd. Zo'n literatuurlijst is
nutteloos, zeker voor de Fransen.
De fouten en slordigheden in dit tijdschrift zijn volgens mij toe
te schrijven aan de redactieleden die het onderwerp niet beheersen
en niet aan de historici die er aan meegewerkt hebben. De foto's
(vaak origineel) maken bijna alles goed.
Mijn advies: Kopen.
Op de volgende website kan je het tijdschrift helemaal doorbladeren
:
http://www.journaux.fr/feuilleteur.php?id=118572&fromrevue=presse
Bestellen kan op dezelfde website.
Home
Aanmaakdatum : 08/11/29 Laatste update : / 5 gepubliceerde artikels
Tijdschriften


